PROTOCOLAKKOORD BETREFFENDE AUTEURSRECHTENVERGOEDING ZELFSTANDIGE JOURNALISTEN
PROTOCOLAKKOORD
BETREFFENDE AUTEURSRECHTENVERGOEDING ZELFSTANDIGE JOURNALISTEN
TUSSEN:
1. Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ), een beroepsvereniging met maatschappelijke
zetel te 1000 Brussel, Zennestraat 21, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen
onder nummer 0880.359.528, vertegenwoordigd door Pol De1tour, nationaal secretaris,
hierna genoemd de 'VVJ';
EN:
2. Het Agentschap Belga-Belgisch Perstelegraaf Agentschap ('Belgian News Agency'), een
naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Arduinkaai 28-29,
ingeschreven in de kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0403.481.693,
vertegenwoordigd door Patrick Lacroix, CEO,
3. De Persgroep Publishing, een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel te 1730
Asse/Kobbegem, Brusselsesteenweg 347, ingeschreven in de kruispuntbank van
Ondernemingen onder nummer 0403.506.340, vertegenwoordigd door Koen Verwee, CEO,
4. Mediafin, een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Havenlaan
86c, ingeschreven in de kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0404.800.301,
vertegenwoordigd door Frederik Delaplace, CEO,
5. Mediahuis, een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel te 2050 Antwerpen,
Katwilgweg 2, ingeschreven in de kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer
0439.849.666, vertegenwoordigd door Gert Ysebaeli, CEO,
6. Roularta Media Group, een naamloze vennootschap met maatschappelijke zetel te 8800
Roeselare, Meiboomlaan 33, ingeschreven in de kruispuntbank van Ondernemingen onder
nummer 0434.278.896, vertegenwoordigd door Xavier Bouckaert, CEO,
hierna gezamenlijk genoemd 'Uitgevers';
de VVJ en de Uitgevers worden hierna gezamenlijk de 'Partijen' genoemd, of individueel
een 'Partij';
WAARBIJ DE PARTIJEN VOORAFGAANDELIJK HET VOLGENDE VERKLAREN:
1. De VVJ vertegenwoordigt onder meer Zelfstandige Journalisten;
2. De wet van 16 juli 2008 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en
tot instelling van een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten
(de 'Wet'), bepaalt dat de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten (bij wege van
licentie of verkoop) als roerende inkomsten aan te merken, zonder dat deze, althans onder een
bepaalde grens, als beroepsinkomsten kunnen worden geherkwalificeerd. De
auteursvergoedingen zijn nu (tot een bepaalde grens) onderworpen aan een eigen fiscaal stelsel
dat voorziet in een 15% roerende voorheffing, in te houden door de uitgevers-schuldenaren (na
aftrek van forfaitair bepaalde kosten);
3. Tot op heden bestaat grote onduidelijkheid over de toepassing van de Wet op de inkomsten
van Zelfstandige Journalisten die Werken leveren aan persuitgevers. Bij de fiscale
administratie leeft immers de vrees dat misbruik zou worden gemaakt van de Wet om
belastingen te vermijden op inkomsten die vanuit economisch perspectief als
beroepsinkomsten kunnen worden gekwalificeerd. In dit kader heeft de Bijzondere
Belastinginspectie (BBI) grootschalige controles uitgevoerd op de inkomsten uit de cessie of
concessie van auteursrechten aangegeven door Zelfstandige Journalisten en deze in meerdere
gevallen geherkwalificeerd in beroepsinkomsten. Dit heeft aanleiding gegeven tot een aantal
fiscale geschillen die nog steeds lopende zijn.
4. Tot op heden kon, ondanks meerdere pogingen van de Partijen, geen akkoord worden
gevonden tussen de sector (waaronder de Partijen) en de fiscale administratie over een
algemeen aanvaarde verhouding tussen inkomsten uit de cessie of concessie van
auteursrechten en andere inkomsten die toegepast zou kunnen worden door Zelfstandige
Journalisten.
5. In dit kader waren Partijen er tot op heden van overtuigd dat een vergoeding van de
Zelfstandige Journalisten uitsluitend voor de cessie of concessie van auteursrechten zowel
juridisch als economisch verantwoord is.
Immers, in het kader van de media-evolutie, en zeker de digitale mediarevolutie waarbij
dezelfde content op meerdere platformen tegelijk wordt geëxploiteerd, is de overdracht van
auteursrechten door de journalist aan zijn uitgever uit economisch oogpunt bekeken essentieel
en dus niet ingegeven door fiscale motieven. In het licht van een groeiende concurrentiestrijd
met nieuwe (digitale) internationale spelers wensen uitgevers voor hun nieuwe
informatieplatformen maximaal (her)gebruik te kunnen maken van de Werken van hun
Zelfstandige Journalisten. Gelijktijdige publicatie op de website, in het medium en op allerlei
andere (mobiele) dragers, enz. is niet langer de uitzondering, maar de regel in het huidige
uitgeefmodel. In deze context staat het verlenen van de licentie die wordt verkregen om het
Werk - al dan niet gelijktijdig - in diverse Media te publiceren voorop en is de wijze waarop
en de tijd die nodig is om het Werk tot stand te brengen irrelevant.
6. Niettegenstaande wat onder punt 5 wordt uiteengezet, zijn Partijen, in de geest van verzoening
met de fiscale administratie, in dit Protocolakkoord een alternatieve verdeelsleutel
overeengekomen om tegemoet te komen aan de positie van de fiscale administratie, met dien
verstande dat de bepalingen van dit Protocolakkoord geen nadelige erkentenis inhouden met
betrekking tot de toepassing in het verleden van de Wet en de geschreven en ondertekende
overeenkomst tussen de uitgever en de journalist die voorziet in de cessie of concessie van de
auteursrechten op de Werken.
7. In antwoord op een parlementaire vraag met nr. 9880 van de heer Kristof Calvo bevestigde de
Minister van Financiën op 17 maaIt 2016 evenwel dat de fiscale administratie bereid is om een
akkoord, gesloten voor een welbepaald beroep door middel van een collectieve overeenkomst
2
of op een andere wijze, met betrekking tot een bepaalde verhouding tussen inkomsten uit de
overdracht van auteursrechten en andere inkomsten, te aanvaarden, voor zover dat akkoord
overeenstemt met de werkelijkheid.
8. Partijen wensen in te gaan op de mogelijkheid geboden door de Minister van Financiën om
een sectorale overeenkomst te sluiten met betrekking tot de verdeling van de vergoeding van
de Zelfstandige Journalisten tussen inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten en
andere inkomsten.
WORDT TUSSEN DE PARTIJEN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
Artil{ell Toepassingsgebied
1.1 Dit Protocol is van toepassing op de vergoedingen die voor het leveren van een
auteursrechtelijk beschermd werk worden betaald aan een Zelfstandige Journalist door de
Uitgever.
1.2 Onder 'Zelfstandige Journalist' wordt begrepen iedere persoon die, buiten enige verhouding
geregeld door een arbeidsovereenkomst onderworpen aan de wet van 3 juli 1978 betreffende
arbeidsovereenkomsten, al dan niet in bij- of hoofdberoep, geschreven teksten, foto's, video,
films, tekeningen of alle andere auteursrechtelijk beschermde werken (de 'Werken') leveli
aan de Uitgevers die de cessie of concessie van auteursrechten op voormelde werken
verwerven met het oog op publicatie in hun media, waaronder (digitale) kranten, (digitale)
magazines, (mobiele) websites, digitale nieuwsbrieven, sociale media, enz. (de 'Media').
1.3 Onder 'Overdracht van Vermogensrechten' wordt begrepen de cessie of concessie van de aan
de Werken verbonden auteursrechten, zoals bepaald in een geschreven en ondertekende
overeenkomst tussen de Uitgever en de Zelfstandige Journalist die expliciet voorziet in de
overdracht van de auteursrechten.
1.4 De vergoedingen voor de Overdracht van Vermogensrechten kunnen nooit enige vergoeding
inhouden voor administratief werk, redactievergaderingen, coördinatieactiviteiten, transpOli,
(forfaitaire) kostenvergoedingen, enz.
1.5 De rechten die voortvloeien uit de wettelijke licenties en uit verplicht collectief beheer
(reprografierecht, leenrecht, de vergoeding voor thuiskopie), evenals de rechten die het
voorwerp uitmaken van collectieve akkoorden tussen beheersvennootschappen van
auteursrechten en uitgevers, vallen niet onder het toepassingsgebied van dit Protocolakkoord.
Artikel 2 Aandeel aan inkomsten uit de Overdracht van Vermogensrechten
2.1 De vergoeding voor de Overdracht Vermogensrechten van een Werk van de Zelfstandige
Journalist wordt vastgesteld op 50% van de volledige financiële enveloppe toegekend door de
Uitgever.
2.2 Onder 'financiële enveloppe' wordt begrepen het globaal bedrag toegekend door de Uitgever
aan de Zelfstandige Journalist voor het leveren van een Werk, met name de vergoeding voor
de Overdracht van de Vermogensrechten en de vergoeding voor het onderliggende
Înstrwnentum (het Werk zelf).
3
2.3 Artikel 2.1 staat evenwel niet in de weg dat Zelfstandige Journalist persoonlijk geniet van een
akkoord met de fiscale administratie dat niet formeel werd opgezegd, van een gerechtelijke
beslissing die in kracht van gewijsde is getreden oJ van een voorafgaande beslissing waarvan
de geldigheidsperiode niet is verstreken. In dergelijk geval zal de verdeelsleutel vastgesteld in
het akkoord, de gerechtelijke beslissing of de voorafgaande beslissing van toepassing blijven
in hoofde van de Zelfstandige Journalist (maar niet in hoofde van de Uitgever voor de
doeleinden van de inhouding van de roerende voorheffing).
Artikel 3 Inwerkingtreding
3.1 Dit Protocolakkoord treedt in werking op datum van 1 juli 2017.
3.2 Dit protocol is jaarlijks opzegbaar op 1 januari mits opzeg per aangetekend schrijven van
minstens 6 maanden, behoudens in geval van wijziging van de Wet waar elk van de partijen
gerechtigd is het protocolakkoord op te zeggen zonder naleving van een opzegtermijn.
3.3 Dit Protocolakkoord houdt geen nadelige erkentenis in met betrekking tot de toepassing van
de Wet vóór de inwerkingtreding van dit Protocolakkoord.
Artikel 4 Toepasselijk recht en bevoegde rechtbanl\:
4.1 Dit Protocolakkoord is onderworpen aan het Belgisch recht.
4.2 Alle geschillen met betrekking tot dit Protocol behoren uitsluitend tot de bevoegdheid van de
Nederlandstalige Rechtbanken te Brussel.
Gedaan te Brussel, op , in zoveel exemplaren als er Partijen zijn, waarbij elke
Partij verklaart één origineel exemplaar te hebben ontvangen.
VOOR DE VLAAMSE VERENIGING VAN JOURNALISTEN
Pol DELTOUR
Nationaal secretaris
VOOR DE UITGEVERS
Belgian News Agency
Patrick LACROIX
CEO
4
De Persgroep Publishing
Koen VERWEE
CEO
Mediafin
Frederik DELAPLACE
CEO
Mediahuis
Oert YSEBAERT
CEO
Roularta Media Oroup
Xavier BOUCKAERT
CEO
5